Miniatuur Eremedaille Orde van Oranje Nassau in zilver W boxed

zilver 10 mm, , W , origineel lint, doos gemerkt Kon begeer Voorschoten

€ 25,00
Betaalwijzes

De praktijk van het uitreiken van de drie Eremedailles heeft steeds veel misverstanden en vaak ook verontwaardiging opgeleverd. De regering heeft steeds staande gehouden dat de werkkring en het belang van die werkkring bepaalde of men een ridderkruis of een zilveren medaille zou ontvangen. De gouden Ere-medaille was blijkens de officiële correspondentie een hoge onderscheiding die voor bijzondere prestaties werd toegekend. Een jubileum zonder dat van bijzondere verdienste sprake was, zou een zilveren ere-medaille opleveren.

De achtergrond van de problemen was het onvermogen van de Haagse bureaucratie om de waarde van de maatschappelijke verdienste van personen die geen militaire rang of ambtelijke schaal bekleden, in te schatten. Bij de ambtenaren en militairen maakten de rangen en schalen het decoratiebeleid overzichtelijk. Bij burgers was het inschatten van positie en verantwoordelijkheid veel lastiger. De ambtenarij had weinig oog of waardering voor de zakenwereld.

Dat leidde ertoe dat men bij voordrachten in sommige gevallen ook het jaarsalaris van de beoogde decorandus vermeldde. Zo moest duidelijk worden gemaakt hoe belangrijk iemand in het bedrijf was. Een directeur mocht op basis van zijn functieomschrijving rekenen op een ridderkruis, maar een procuratiehouder, met name bij een groot bedrijf in feite vaak een directiefunctie, kwam niet automatisch voor deze rang in aanmerking. Toen in Amsterdam een lid van de vooraanstaande familie Boissevain na het langdurig vervullen van een ondergeschikte functie voor een koninklijke onderscheiding werd voorgedragen, werd hij, omdat hij "een Boissevain" was, toch geridderd.

Burgemeesters, gouverneurs en commissarissen der koningin hebben veel met de Haagse bureaus gecorrespondeerd om misverstanden over de rang, het maatschappelijk aanzien van decorandussen toe te lichten. Soms begreep de Haagse ambtenarij de verhoudingen niet en het is voorgekomen dat boze en teleurgestelde jubilarissen hun feest bedorven zagen door een teleurstellend lage onderscheiding in de vorm van een Ere-medaille. Soms werd het aanstootgevende lintje met het diploma en een brief vol bittere woorden retour gezonden aan de koningin. Het is ook voorgekomen dat in de pers afkeurende commentaren op een onderscheiding met een Ere-medaille verschenen.

Behalve bij de procuratiehouders waren er vaak problemen met het op juiste waarde schatten van de verdiensten en de maatschappelijke positie (ook al deed die er zogenaamd niet toe) van vroedvrouwen en (hoofd)verpleegsters. De eerste professionele hoofdverpleegsters waren soms dames uit aanzienlijke families. Men kon hun met het oog op hun familie geen ere-medaille geven. De vroedvrouwen deden zwaar en zeer verantwoordelijk werk, maar de Haagse ambtenaren vonden het moeilijk denkbaar om hun, net als een arts, een ridderkruis te verlenen.

Dat een gouden Eremedaille in een dergelijk geval een met het ridderkruis in de Orde van Oranje-Nassau gelijkwaardige en bijzondere onderscheiding was werd door de regering benadrukt maar het werd in de maatschappij anders beleefd. Dat kwam doordat de regering en de verantwoordelijke ambtenaren met twee maten hebben gemeten. Een verdienstelijk officier in het leger kon na 1900 bij decoratie op een ridderkruis (met de zwaarden) rekenen en een sergeant met veel dienstjaren kreeg standaard een Eremedaille (met de zwaarden) in goud. De verhouding op de bureaus van de overheid waren langs dezelfde strekke lijnen getrokken. Zo is te verklaren dat de burgerij een ere-medaille, ook die in goud, als een mindere onderscheiding is gaan zien[5].

De bron van de problemen met de Ere-medailles is geweest dat de ministeries een puntenstelsel hadden ingevoerd. Dat puntenstelsel, ieder ministerie beschikte over een op voorhand vastgesteld aantal punten, was als volgt:

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw; 3 punten
  • Officier in de Orde van Oranje-Nassau; 2 punten
  • Ridder in de Orde van Oranje-Nassau; 1 punt

De eremedailles waren "puntenvrij".

Dit puntenstelsel werkte in de hand dat de ambtenarij in de selectie voor meerdere "puntenvrije" gouden medailles koos om op deze wijze meer kruisen in de eigen ambtelijke kring te kunnen uitreiken. Sommige ministeries (Financiën en Buitenlandse Zaken) hadden om organisatorische of protocollaire redenen meer officiers- en ridderkruisen nodig dan andere ministeries.

De dragers van de Eremedaille werden niet opgenomen in de Orde. Ook dat werd als een vorm van achterstelling gevoeld. Sinds 1996 worden de Eremedailles niet meer uitgereikt.

Meer afbeeldingen